De drooglegging van de Bieslandpolder en de splitsing van de polders 

Op 14 maart 1778 kregen de Schout en Gerechten van Biesland van de Staten van Holland toestemming tot het bedijken en droogleggen van 137 hectare uitgeveend land. Om dat voor elkaar te krijgen werd het noordoostelijke gedeelte verdeeld in twee blokken. In 1783 begon de droogmaking. Na voltooiing van het eerste blok in 1797 kon worden gestart met de bedijking en droogmaking het tweede blok. In enkele maanden tijd was ook hier de droogmaking voltooid. De lange sloten volgden de hoofdrichting van de sloten van vóór de diepe vervening. Er werden drie dwarssloten geprogrammeerd. Na de droogmaking bleken die dwarssloten niet in zijn geheel nodig. De aanzet daarvan is evenwel wel gerealiseerd en tot op vandaag bewaard gebleven. Maar het droog gepompte land lag wél een stuk lager dan het zuidwestelijke stuk van de polder. Dat gaf problemen met de uitwatering van de laaggelegen droogmakerij op de Bieslandse molensloot in het hoge gedeelte van de naastgelegen polder. Daarom besloot men de oorspronkelijke Bieslandse polder in 1801 te splitsen in twee afzonderlijke polders. Het hooggelegen deel ten zuidwesten van de Loetwatering kreeg de naam Bieslandse Bovenpolder, het deel ten oosten hiervan de Polder van Biesland. Een schetskaart van de Bieslandse Bovenpolder uit 1861 laat een onderscheid zien tussen de kleilanden en de veenlanden. Gedurende de eerste helft van de 19e eeuw werden ook deze veenlanden uitgeveend. De hierdoor ontstane veenplas kwam in bezit van Jan Dionisius Viruly, een rijke man. Hij kreeg op 2 september 1858 toestemming om die veenplas in te dijken en droog te maken. Het gebied kreeg de naam “poldertje van Viruly” maar had geen eigen bestuur. Het viel onder het gezag van de Bieslandse Bovenpolder (waar Viruly vanaf 1862 voorzitter werd). Iets meer dan een eeuw later werd dit drooggemaakte poldertje voor een belangrijk deel weer onder water gezet: de grote plas van de Delftse Hout. De Polder van Biesland behoorde tot een van de eerste doorgelegde veenplassen in het gebied rondom Nootdorp. Nootdorp zelf bestond toen nog uitsluitend uit wegen, kaden en water. Terwijl de Bieslandse Bovenpolder na 1950 geheel van karakter veranderde (de A 13, de stedelijke uitbreiding Delft en het recreatiegebied Delftse Hout) en in 1972 als polder werd opgeheven, bleef de Polder van Biesland zijn unieke karakter behouden. Weliswaar werd op 1 januari 1977 de Polder van Biesland als zelfstandig bestuurde eenheid opgeheven en werden de rechten en verplichtingen overgenomen door het hoogheemraadschap van Delfland, maar het unieke karakter wordt als zeer waardevol in stand gehouden. Molenromp aan Tweemolentjesvaart 1935. Deze molen werd in 1650 gebouwd.  

(bron: Vereniging Noitdorpsche Historiën, aug 2008) 

Snel op de hoogte zijn van al onze activiteiten
kan eenvoudig wanneer u ons volgt via Social Media: